Duurzame Troonrede 2012

Duurzame Troonrede – uitgesproken door Marjan Minnesma op dinsdag 4 september 2012. Hier staat een video verslag. De tekst komt van de site van Duurzame Dinsdag.

 

Lotgenoten,

We staan aan de vooravond van grote veranderingen. De tijd is er rijp voor. De eerste kiemen van verandering zijn zelfs ook al zichtbaar.

Maar er is haast bij. Grote haast.

Geen enkele generatie in de geschiedenis van de mensheid heeft ooit een grotere welvaart gekend dan wij. Die welvaart is gebaseerd op datgene wat de aarde ons geeft. Wij overvragen echter. Uitputting en vervuiling hebben daardoor een onrustbarende omvang aangenomen. Van 20 veel gebruikte grondstoffen in de industrie, is nog voor slechts 10 tot 40 jaar goed winbare voorraad over. Maar liefst 54 van de 65 olieproducerende landen hebben nu al een dalende productie, terwijl de vraag voortdurend stijgt… En daarnaast krijgen we steeds meer te maken met de gevolgen van klimaatverandering. We zien het elke dag op tv.

Kortom: onze huidige koers brengt niet alleen de ecologie in gevaar, maar bedreigt ook de economie. Want de ecologie is de basis van de economie -en niet andersom. Talrijke gerenommeerde wetenschappers waarschuwen ons dan ook met grote kracht en klem dat we momenteel met hoge snelheid op het ravijn afrazen.

Het wordt tijd om aan de noodrem te trekken.

1. URGENTIE

Essentieel voor het realiseren van oplossingen is natuurlijk een goed begrip van de oorzaken en samenhang van de huidige problemen. De ecologische crisis geen geïsoleerde crisis is, die we wel even links kunnen laten liggen omdat we nu met andere crises bezig zijn. Integendeel: de financiële crisis, de economische crisis en de ecologische crisis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze versterken elkaar en trekken elkaar in een negatieve spiraal naar beneden.

Financiële instellingen en overheden hebben wereldwijd steeds meer geld geschapen, dat niet gebaseerd was op de reële, fysieke economie of op goud in de kluis, maar op schulden en fictieve producten. Daardoor ontstond een piramidespel waar steeds meer geld in omging. Dat fictieve geld is gebruikt om steeds meer te bouwen, te kopen en te consumeren. Al die groei heeft grote hoeveelheden fossiele brandstoffen en andere grondstoffen gevergd. Het was groei op de pof.

We hebben de draagkracht van de aarde steeds verder overschreden. Het ecologisch tekort is al 35%. Als we zo doorgaan, hebben binnen 40 jaar 3 aardbollen nodig. En die zijn er gewoon niet. Of we nu willen of niet, het kan gewoon niet doorgaan in dit tempo en op deze manier.

Naast het opmaken van grondstoffen en andere hulpbronnen, hebben we de aarde ook vervuild en opgewarmd met heel veel broeikasgassen, waardoor het klimaatsysteem verandert. Klimaat- water en voedselsystemen hangen sterk met elkaar samen. Ik denk dat uiteindelijk de klimaatproblemen het eerst zichtbaar en voor velen voelbaar worden, wanneer voedsel steeds duurder wordt en op den duur op vele plekken schaars en onbereikbaar voor de minder draagkrachtigen. Dat zal op wereldschaal leiden tot volksverhuizingen en op z’n best “sociale onrust”. Dat moeten we proberen te voorkomen, uit alle macht. Als we nu in actie komen, kunnen we het ook voor volgende generaties nog prettig leefbaar houden.

En met maar 1 aardbol en straks misschien wel 9 miljard mensen, wordt het tijd om te constateren dat we onze economie en samenleving revolutionair moeten transformeren. We gaan naar een circulaire economie, gebaseerd op duurzame energie uit zon, wind, aarde en groene grondstoffen. We gaan onszelf anders organiseren en andere waarden zullen belangrijker worden. We gaan ook wennen aan minder groei en andere vormen van groei. Het huidige, verouderde idee dat een economie steeds maar MOET groeien, zullen we moeten verlaten. Dat wil zeggen, het bruto nationaal product (het BNP), zal op den duur waarschijnlijk niet meer groeien en misschien zelfs afnemen. Dat wil absoluut niet zeggen dat we minder prettig hoeven te leven. Anders is niet automatisch slechter. Terwijl het BNP, een maat voor welvaart, kan dalen, kan ons welzijn best stijgen. Een nieuwe graadmeter, een soort BNP 2.0, of BrutoNationaalGeluk, zou dan een betere indicator zijn om beleid en actie voor de maatschappij van de toekomst op te baseren.

Minder groei wil ook niet zeggen dat álle bedrijven stoppen met groeien. De bedrijven die passen in de nieuwe circulaire economie, zullen groeien, anderen zullen failliet gaan. Het zal waarschijnlijk ook betekenen dat we minder uren gaan werken en meer tijd kunnen besteden aan vrienden en hobby’s. Minder consumptie en meer gezondheid, zou het resultaat kunnen zijn.

2. EEN ALTERNATIEF

We zijn hier in de oude zaal van de Tweede Kamer, het hart van de democratie. De plaats bij uitstek om de discussie te voeren over wat voor land we in de toekomst willen en we hoe dat kunnen bereiken. Dit vanuit het besef dat onze economie blijvend zal veranderen en grondstoffen schaars zijn. Ter inspiratie schets ik graag de contouren van een nieuwe economie, veranderingen in de samenleving en –wie weet- ideeën voor een volgend kabinet.

Een ministerie voor een Circulaire Economie houdt zich bezig met industriepolitiek nieuwe stijl en een zo snel mogelijke overgang naar een circulaire economie. In die economie vermijden we verspillen en vervuilen en krijgen producten meerdere levens door anders te ontwerpen. Na afloop van de levensduur kunnen ze makkelijk uit elkaar gehaald en opnieuw benut worden. Afgedankte producten zijn daardoor niet langer afval, maar worden grondstofbronnen, die geld waard worden. Daarnaast ontstaan veel diensten gebaseerd op het delen of leasen van producten, want waarom zou je alles zelf kopen als je bepaalde producten maar zelden gebruikt.

McKinsey becijferde dat Europese bedrijven per jaar minimaal 630 miljard euro kunnen besparen aan grondstoffen in zo’n circulaire economie. En dat ging slechts over een deel van de bedrijven. Stelt u zich dus de kansen eens voor, als we de hele samenleving gaan veranderen.

Industriepolitiek nieuwe stijl betekent dat de overheid steun geeft aan clusters bedrijven die nodig zijn in de toekomst. Clusters rond bedrijven die onderdelen en services leveren voor elektrische voertuigen en nieuwe vormen van openbaar vervoer, bedrijvenclusters rond windenergie, clusters rond water-technologie, enzovoorts. Er komt ook steun voor regionale voedselketens.

Bouwbedrijven bouwen en verbouwen straks huizen en kantoren die energie produceren in plaats van verslinden. Dat levert nieuw werk en ander werk op voor installateurs, architecten en bouwers, die het nu allen heel moeilijk hebben. Lokale duurzame energiebedrijven worden aangemoedigd en ondersteund.

En let wel: overheidssteun is niet hetzelfde als subsidie. Steun betekent dat er hulp komt bij het verkrijgen van investeringsgeld en dat de regels duurzame bedrijven steunen in plaats van belemmeren. Steun is de koploper tot maatstaf maken en de achterblijvers dwingen zich daaraan aan te passen, of op te houden.

Het ministerie van Duurzame Investeringen helpt de overgang naar een duurzamere economie te versnellen. Dat doet ze ten eerste door een ander belastingsysteem in te voeren. Hoge belastingen op grondstoffen en fossiele brandstoffen: hoe schaarser en hoe meer vervuilend, des te hoger. Er komt een lage of geen belasting op arbeid. Gepensioneerden betalen geen belasting meer. Dat helpt ook om een hogere pensioenleeftijd te verzachten, voor de groepen die iets langer doorwerken.

Ten tweede komen er krachtige en dwingende maatregelen om ervoor te zorgen dat de financiële sector weer dienstbaar wordt aan de reële economie en geen zeepbellen meer creëert.
Ten derde gaat de overheid, met behulp van de vernieuwde financiële sector, veel investeren in bedrijven en activiteiten die nodig zijn om de nieuwe economie op te bouwen. Deze impuls levert ook nieuwe werkgelegenheid en is de motor van de nieuwe economie. In Duitsland zijn al 400.000 banen geschapen in de duurzame energiesector. Wereldwijd groeide de markt rondom schone duurzamere technologie in 2010 met 30% tot 250 miljard omzet. Kansen genoeg in de nieuwe economie!

Het is noodzakelijk meteen zwaar in te zetten op de benodigde economische transitie. Dat zal in het begin zwaar zijn en er zal weerstand komen. Maar ons land neemt daarmee wel een voorsprong, doordat we ‘voorsorteren’ op de toekomst, en daar zullen we later dan ook de vruchten van plukken.

Er is veel werk aan de winkel voor het ministerie van Onderwijs. Duurzaamheid zou in de ‘haarvaten’ van elk schoolvak moeten komen. Er is veel nieuwe kennis nodig en nieuwe opleidingen voor de vakman of vrouw van de toekomst. Mensen die samen kunnen werken en creatief zijn. Mensen die denken vanuit kringlopen en ‘afval’ amper kennen, ingenieurs die anders ontwerpen, economen die niet alle groei heilig verklaren en ook zaken waarderen die niet in geld uitgedrukt kunnen worden, en financiers met lef en verstand van zaken die de ondernemers van de toekomst op weg helpen.

Het ministerie van Gezondheid en Voedsel gaat bijdragen aan het terugbrengen van de menselijke maat in de zorg. Dat betekent in essentie ont-regelen en een meer integrale blik. Vertrouwen wordt weer de basis van het systeem. Minder regels en bureaucratie, en meer kijken naar de mens in totaal in zijn omgeving. Meer nadruk leggen op gezond blijven, dan op ziekte bestrijden, zal uiteindelijk ook veel geld besparen. Gezonder voedsel, zinnig werk met minder stress en meer samenredzaamheid helpen daarbij.

Ziekte en de zorg horen niet thuis in een systeem van marktwerking en schaalvergroting. Mensen worden sneller beter of kunnen langer thuisblijven, als ze behandeld worden als mens binnen een systeem dat overzichtelijk is en in de buurt. Initiatieven zoals Buurtzorg, met een soort terugkeer van de wijkverpleegkundige, werken beter dan grote anonieme zorginstellingen, waar je steeds andere mensen aan je deur krijgt.

Het ministerie van Coöperatie en Verbinding zorgt ervoor dat er in een land waar mensen minder werken, nog steeds een vangnet is, als er even geen werk is. Nederland kent geen dienstplicht, maar er komt wel een maatschappelijke stage na de middelbare school, om kennis te maken met andere delen van de samenleving. Dat helpt om daarna beter een geschikte studie te kunnen kiezen. Deze stages zorgen onder meer voor extra handen en harten in de zorg, zodat er meer aandacht en tijd is voor zieken en ouderen. Mensen zonder werk kunnen na een periode thuiszitten ook weer deelnemen aan dit stagesysteem, tot ze weer een baan hebben.

In de nieuwe en menselijkere circulaire economie is het goed toeven. Maar hoe komen we daar?

3. WIE ZORGT VOOR VERSNELLING

Een belangrijke vraag is natuurlijk: wie moet de aanjager zijn? Wie zorgt voor de overgang naar een duurzamere economie en samenleving? De overheid, het bedrijfsleven of de burgers?
Er is geen simpel antwoord. Ze hebben allemaal hun rol, maar die verschilt wel.

De aanjager lijkt tot op heden niet de landelijke politiek te zijn. “Gaat u maar rustig slapen”, is tot nu toe eigenlijk steeds de boodschap geweest. De urgentie van de hier besproken problematiek en het effect op de toekomst van ons land, lijkt niet doorgedrongen te zijn bij de grote partijen, als je luistert naar de wezenloze debatten van politici en kijkt naar hun daden.

Kunnen bedrijven dan de motor zijn? Zij hebben wel een cruciale rol. Er zijn al veel bedrijven, van multinationals, tot midden- en kleinbedrijf, die voor een duurzame koers hebben gekozen en anderen inspireren. De multinationals die hun nek uitsteken, vragen echter wel van de overheid om te zorgen dat normen aangescherpt worden. Dan kunnen achterblijvers namelijk niet profiteren van het feit dat ze viezer en daardoor goedkoper zijn. Vervuilend produceren moet niet langer lonend zijn. Het nieuwe belastingsysteem helpt daarbij. Als de overheid kijkend naar de meest vooruitstrevende bedrijven, de eisen en normen opschroeft, zal een hele sector uitgedaagd worden om betere oplossingen te vinden. Daarmee stimuleer je innovatie en creëer je concurrentiekracht.

Maar als de overheid niet voldoende beweegt, gaan de bedrijven dan in economisch moeilijke tijden toch de omslag maken die nodig is? Aan de ene kant wel, want ze zullen wel moeten, met steeds schaarsere en dus duurdere grondstoffen en duurdere energie. Maar de massa zoekt toch de weg van de minste weerstand en zal zo lang mogelijk de wezenlijke veranderingen uitstellen, zeker als dat in het begin toch geld kost. En de bedrijven van de oude fossiele economie zullen ook de hakken in het zand zetten en zo lang mogelijk weerstand bieden.

Dus: de nationale overheid is niet de aanjager. Een deel van het bedrijfsleven staat in de startblokken en neemt eerste stappen, net als lokale en regionale overheden, maar vraagt om steun van de tot op heden afwezige overheid. Hoe bewegen we de nu overheid en helpen we het bedrijfsleven?

Door toenemende druk vanuit de samenleving.

De versnelling zet door als de duurzaamheidsbeweging groot genoeg is. Die beweging is divers en bestaat uit allerlei koplopers: van de 40.000 mensen die het kabinet vroegen om meer duurzame energie, tot en met vele bedrijven, verenigd in de lobby-organisatie De Groene Zaak. Van friskijkende ambtenaren tot dwarsdenkende filosofen.

Er ligt nu een belangrijke sleutel voor veranderingen bij groepen mensen die het anders willen en die hun stem steeds luider laten horen. En steeds grotere groepen nemen nu ook daadwerkelijk het heft in eigen hand. Ze wachten niet langer, maar starten met enthousiasme en positieve energie nieuwe bedrijven en nieuwe initiatieven, die verrassend snel navolging vinden. Het enige wat nu nodig is, is opschaling. Meer mensen, meer massa, meer druk.

De tijd is rijp. Ik zie duizenden mensen verenigd in energiecoöperaties die zelf duurzame energie willen opwekken. Ik zie steeds meer voedselcoöperaties, mensen die duurzame buurtrestaurants beginnen en boeren die gezamenlijk produceren in regionale kringlopen voor mensen in de buurt. Ik zie tientallen internetsites die duurzame producten en diensten aanbieden en steeds meer mensen betrekken via sociale media. Ik zie ZZP’ers die zich verenigen en samen een eigen betaalbare verzekering organiseren, de zogenaamde broodfondsen. Ik zie steeds meer collectieve inkoopacties voor zonnepanelen, een enorme groei van klanten bij groene banken, nieuwe deelauto-concepten en gemeenschappen die zelfvoorzienend worden. Ik zie dagelijks nieuwe ondernemers die overstappen op het aanbieden van duurzame producten en diensten. Samen creëren al deze koplopers weer nieuwe vraag en nieuwe markten.

Kortom, als reactie op een onduurzame samenleving met steeds grotere bedrijven, onbetrouwbare topmannen, falende banken, kibbelende politici en stijgende kosten, gaan mensen zelf aan de slag in kleinere verbanden. En al die kleinere verbanden tellen op tot een steeds grotere beweging. Die beweging wordt aangevuld met steeds meer reguliere bedrijven die het roer omgooien, omdat ze zien dat het anders moet. Op de Dag van de Duurzaamheid zal dat weer duidelijker worden. De onstuitbare opmars van mensen die het anders willen en dat gaan vragen aan bedrijven of straks zelfs eisen van de overheid, maar intussen niet wachten, maar zelf handelen. Een hoopvolle opmars, een veenbrand die steeds sneller uitdijt.

Tot slot. Natuurlijk en gelukkig zijn er nog veel meer aangrijpingspunten en mogelijkheden om onze samenleving de overgang naar duurzame ontwikkeling te laten maken. Ik heb hier slechts enkele aanzetten kunnen schetsen.

Overduidelijk verkeren we momenteel in een periode van transitie. Na de landbouwrevolutie 10.000 jaar geleden en de industriële revolutie die eind 18e eeuw begon, staan we nu aan de vooravond van de volgende revolutie, waar al tientallen jaren van kleine stapjes aan vooraf gingen. We zijn op weg naar een volhoudbare samenleving, gebaseerd op duurzame energie, een circulaire economie, minder ‘blinde BNP-groei’ maar meer groei van welzijn en saamhorigheid. Alle ingrediënten zijn er. We hebben de technieken, de ideeën en de mensen. Nu komt het aan op de wil om die transitie vreedzaam te organiseren en de omslag te maken. Er is haast bij, want ecologisch staan we al flink in het rood.

Duidelijk is dat we het samen moeten doen en dat we open moeten staan voor alle nuttige innovaties en die inzetten in dit proces. Samenwerken en vertrouwen zijn cruciaal in de nieuwe economie. We evolueren in deze duurzame revolutie naar een nieuwe vorm van samenleven, die het mogelijk maakt om met zo veel mensen te leven op de enige aarde die we hebben. We kunnen niet wachten op de overheid, het bedrijfsleven of de ander. Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om het ravijn te vermijden.

Laten we samen aan de slag gaan!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s